 |
Nieuws |
|
 |
|
|
|
|
| Nieuws »
MILIEU
|
RvS: Bestaande veehouderijen bij natuurgebieden kunnen tijdelijk zonder NB-wetvergunning
|
|
|
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft een belangrijke uitspraak gedaan over bestaande veehouderijen die in de buurt van beschermde natuurgebieden liggen. Zij oordeelt dat het niet in strijd is met de Europese natuurbeschermingsregels om tijdelijk zonder natuurbeschermingswetvergunning bestaande veehouderijen voort te zetten. Deze tijdelijke uitzondering geldt alleen totdat voor het beschermde natuurgebied een beheerplan is vastgesteld.
De uitzondering geldt voor veehouderijen die hun bestaande bedrijf willen voortzetten op basis van een milieuvergunning die werd verleend, voordat het natuurgebied als beschermd natuurgebied werd aangewezen. Wanneer het om een al lang geleden aangewezen natuurgebied gaat, moet de milieuvergunning voor 10 juni 1994 zijn verleend. Als het gaat om een wijziging of uitbreiding van de veestapel van na de relevante datum, dan is daarvoor wél een natuurbeschermingswetvergunning vereist, volgens de Raad van State. In dat geval kan volgens de Raad van State een vergunning worden verleend als de wijziging of uitbreiding van de veehouderij niet leidt tot een verhoging van de ammoniakdepositie op het beschermde natuurgebied ten opzichte van de situatie toen het gebied nog niet beschermd was. De provincie moet dan wel beoordelen of de gehele veehouderij gevolgen kan hebben voor het beschermde natuurgebied. De provincie kan wel het beleid hebben dat vergunning alleen wordt verleend wanneer maatregelen worden getroffen om de ammoniakdepositie verder te reduceren.
Gevolg van de uitspraak is dat veehouderijen die op basis van een oude milieuvergunning hun bedrijf willen voortzetten, dat kunnen doen zonder dat ze daarvoor ook nog een natuurbeschermingswetvergunning nodig hebben. Op 1 april 2009 oordeelde de Raad van State nog dat het hebben van een milieuvergunning niet betekende dat de veehouderij vergunde rechten had waarmee rekening moest worden gehouden bij het verlenen van een natuurbeschermingswetvergunning. Bij die uitspraak speelde de oude Natuurbeschermingswet nog een rol. In de uitspraak van 31 maart 2010 is de nieuwe Natuurbeschermingswet toegepast, die sinds 1 februari 2009 geldt.
De zaak bij de Raad van State was aangespannen door de Coöperatie Mobilisation for the Environment (MOB). De MOB was het niet eens met de natuurbeschermingswetvergunning die het college van gedeputeerde staten van Noord‑Brabant in april 2009 had verleend aan een bestaande vleesvarkenshouderij in Heeze-Leende. Volgens haar was de vergunning in strijd met de Europese natuurbeschermingsregels.
Tegen de uitspraak van de Raad van State is geen hoger beroep mogelijk. Lees hier de volledige tekst van de uitspraak van 31 maart 2010 met zaaknummer 200903784/1/R2.
Abonneer nu op de gratis 2-wekelijkse elektronische Nieuwsbrief Omgevingsvergunning.nl!
| Geplaatst: |
08-04-10 00:00 |
| Door: |
Redactie Omgevingsvergunning.nl |
| Bron: |
Raad van State
|
|
Reageren?
|
|