 |
Nieuws |
|
 |
|
|
|
|
| Nieuws »
TOEZICHT
|
Ambtenaar weet weinig van aangifteplicht bij vermoeden van ambtscriminaliteit
|
|
|
De meeste ambtenaren zijn niet of onvoldoende op de hoogte van de wettelijke verplichting tot aangifte van ambtsmisdrijven. Minister Hirsch Ballin van Justitie wil daarom de aangifteplicht meer bekendheid geven.
Zo is de situatie waarin een ambtenaar erachter komt dat zijn collega wordt omgekocht door een bouwbedrijf, een goed voorbeeld van een vorm van ambtscriminaliteit. Hiervoor geldt een aangifteplicht voor ambtenaren op grond van artikel 162 van het Wetboek van Strafvordering (Sv).
Onwetendheid Tachtig procent van de ambtenaren blijkt niet bekend te zijn met deze aangifteplicht. Een groot deel van de ambtenaren geeft aan melding te zullen maken bij een leidinggevende. Volgens de procedures voor het melden van integriteitsschendingen moet immers niet de ambtenaar zelf aangifte doen, maar de ambtelijke leiding. Wanneer een melder zijn melding niet kwijt kan of wil in de hiërarchische lijn, dan moet dit volgens interne procedures kunnen bij een vertrouwenspersoon die vervolgens alleen mag handelen als de betreffende ambtenaar daarmee instemt. Daarnaast kan een ambtenaar, wanneer hij intern zijn vermoeden niet kwijt kan of dit in de doofpot wordt gestopt, zich rechtstreeks richten tot het OM. Omdat dit kan botsen met de belangen van de organisatie, zal dit voor organisaties een motivatie zijn om aan het bestaan van de aangifteplicht weinig ruchtbaarheid te geven.
Klokkenluidersregeling Aan de keuze om te melden, kunnen volgens het onderzoek uiteenlopende persoonlijke, ethische en maatschappelijke motieven en belangen ten grondslag liggen. De belangen kunnen met elkaar conflicteren, omdat een ambtenaar enerzijds uit gewetenswroeging of vanuit maatschappelijk oogpunt wel wil melden, maar anderzijds zijn directe collega’s niet wil afvallen en zijn eigen baan en carrièreperspectief niet op het spel wil zetten. Om die reden is de klokkenluidersregeling ingesteld, die de meldende werknemer moet beschermen. Een melder mag volgens de regeling zowel tijdens als na de meldingsprocedure geen nadelige gevolgen voor zijn (arbeids)positie ondervinden. Desondanks lijken er voor de melder intern de grootste risico’s te liggen.
Het volledige rapport: Ambtscriminaliteit aangegeven? Brief van de minister van Justitie aan de Tweede Kamer (pdf)
|
Reageren?
|
|