Home
Wabo Water Gebruiksbesluit Activiteitenbesluit
 
Nieuws »  MILIEU » Activiteitenbesluit
 

Het Activiteitenbesluit in de praktijk

Sinds 1 januari 2008 is het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (het Activiteitenbesluit) in werking getreden. Voor zowel bedrijven en overheden betekent het Activiteitenbesluit een grote verandering op het gebied van handhaving en vergunningverlening. Na negen maanden met dit besluit in de praktijk gewerkt te hebben, is het tijd voor een korte evaluatie.



door:
Noortje Brouwers

Doel van het Activiteitenbesluit was om, ten opzichte van de situatie van vóór 2008, méér bedrijven onder de meldingsplicht te laten vallen. Een vereenvoudigde werking van de wet met minder administratieve lasten dus. Gemak dient de mens. Maar is met dit besluit ook daadwerkelijk bereikt wat men voor ogen had?

Veranderingen
In het Activiteitenbesluit zijn tien ‘oude’ 8.40 AMvB's (Algemene Maatregel van Bestuur) van de Wet milieubeheer, de zogenaamde inrichtingen-AmvB’s, samengevoegd met het 'Besluit voorzieningen en installaties' en het 'Besluit opslaan in ondergrondse tanks'. Voor 1 januari 2008 was de regel dat een bedrijf milieuvergunningplichtig was, tenzij de bedrijfsbranche, zoals de detailhandel, onder een AMvB viel. Dit principe is na 1 januari 2008 gewijzigd in de Wet milieubeheer. Momenteel is de hoofdregel dat een bedrijf onder algemene regels valt, alleen uitzonderingen zijn nog milieuvergunningplichtig. In het Activiteitenbesluit worden bedrijven aangewezen als type A (géén vergunningplicht noch meldingsplicht), type B (meldingsplicht) en type C (vergunningplicht). Doel van het besluit was dat een groter deel van het bedrijvenbestand onder type B moest vallen. De praktijk leert, dat dit met inwerkingtreding van het besluit inderdaad de vergunningplicht voor meer bedrijven is vervallen, waarmee dit doel voor een groot deel is geslaagd. Wel bevat het besluit in de praktijk (zowel voor gemeenten, bedrijven en adviesbureaus) nog een aantal onduidelijkheden.

Praktijkproblemen
Het Activiteitenbesluit sluit voor wat betreft inhoudelijke toetsingscriteria niet feilloos aan op de oude AMvB’s. Hierdoor gebeurt het dat bedrijven die voor 1 januari 2008 meldingsplichtig waren, nu ineens een aanvraag voor een oprichtingsvergunning moeten aanvragen. Dit is in strijd met de doelstelling.

Nevenactiviteiten leiden naar vergunningplicht
De hoofdregel van de Wet milieubeheer is dat bedrijven onder het Activiteitenbesluit vallen, tenzij ze zijn uitgezonderd in bijlage 1 van het Activiteitenbesluit waar alle vergunningplichtige activiteiten genoemd zijn (de type C bedrijven). Deze bijlage maakt echter geen onderscheid in hoofd- en nevenactiviteiten. In de bijlage wordt gesproken over ‘inrichtingen voor....’, hier gaat het gaat om hoofdactiviteiten en ‘inrichtingen waar...’. Deze laatste formulering lijkt zowel hoofd- als nevenactiviteiten te impliceren. Ook Infomil, onderdeel van SenterNovem dat overheden over milieuregelgeving informeert, kan hier nog geen duidelijkheid over verschaffen.

Afhandeling digitale melding kost meer tijd dan voordien
Meldingsplichtige bedrijven kunnen digitaal (via internet) een melding voor het Activiteitenbesluit indienen bij het bevoegd gezag. Het meldingsformulier is sinds 1 januari 2008 zowel op inhoudelijk als op technisch gebied verbeterd. Om de kans op fouten bij de invoer te verkleinen, zijn de teksten in het digitale formulier verduidelijkt en zijn toelichtingen in de vragenboom aangevuld en verbeterd, waarmee het invullen eenvoudiger wordt. De uitkomst van het digitale formulier blijft uiteraard afhankelijk van een juiste invoer van de vragenboom door de inrichtinghouder. De huidige digitale tool blijkt voor bedrijven nog niet duidelijk genoeg te zijn, om op basis hiervan een goede melding in te kunnen dienen met goede tekeningen. De praktijk is dat de internettool niet naar bepaalde activiteiten vraagt. Daarnaast laat het formulier ruimte voor verkeerde interpretatie door bedrijven. Hierdoor kost behandeling van een melding, totdat deze correct en compleet is, momenteel meer tijd voor gemeenten, dan in de situatie van vóór 1 januari 2008. Op den duur zal het verplicht worden om het digitale meldingsformulier te gebruiken. Dit is nu nog niet het geval. Bedrijven hebben op deze manier de mogelijkheid om aan het nieuwe besluit met de nieuwe regels te wennen, wat ook wel nodig is.

Vooronderstelde milieujuridisch kennisniveau bedrijven
Op dit moment wordt er door het Ministerie van VROM aan een mogelijkheid in het digitale formulier gewerkt, om enkel de veranderingen te laten melden. De inrichtinghouder dient dan wel zelf te weten wat voor type inrichting hij voor de Wet milieubeheer heeft en zeker te weten dat het type bedrijf (A, B of C) door de verandering niet wijzigt. De vraag is of de inrichtinghouder voldoende kennis heeft om dit te kunnen bepalen. Uit de praktijk blijkt dat het erg moeilijk voor inrichtinghouders is om te beoordelen wat er onder de activiteiten wordt verstaan. Wanneer is er bijvoorbeeld sprake van het bereiden van voedingsmiddelen? Vindt er houtbewerking plaats op het moment dat een meubelwinkel een werkbank heeft om af en toe iets af te zagen? Het antwoord kan bepalen of een inrichting een melding moet doen (type B) of niet (type A). Op deze manier worden onnodig meldingen gedaan. Omgekeerd zijn type B inrichtingen in werking zonder melding te doen. 

Algemene regels voor agrarische bedrijven
Agrarische bedrijven hebben incidenteel met het Activiteitenbesluit te maken. Zij moeten het nog met het Besluit Landbouw milieubeheer en het Besluit Glastuinbouw milieubeheer doen. Ook hier komt verandering in. Op dit moment wordt er gewerkt aan het Besluit landbouwactiviteiten milieubeheer. Net als bij de komst van het huidige Activiteitenbesluit zal ook dit besluit, waarschijnlijk medio 2010, een aantal AMvB’s vervangen, namelijk: het Lozingenbesluit open teelt en veehouderij, Besluit Glastuinbouw, Besluit landbouw milieubeheer en het Lozingenbesluit bodembescherming. Ook dit nieuwe Besluit landbouwactiviteiten milieubeheer heeft als doel om meer inrichtingen onder de algemene regels te laten vallen en zo de administratieve last te verlagen. Met het nieuwe besluit in het verschiet kunnen de sterke en zwakke punten van het huidige Activiteitenbesluit meegenomen worden in de verdere ontwikkeling hiervan.

Verbeteringen leiden naar het doel
Negen maanden na de komst van het Activiteitenbesluit zijn er voor alle partijen (gemeenten, bedrijven, adviesbureaus en VROM) in de praktijk heel wat knelpunten en mogelijkheden voor verbetering naar boven gekomen en is er door Infomil in opdracht van VROM hard gewerkt om knelpunten op te lossen en verbeteringen door te voeren. Het Activiteitenbesluit is nog steeds in ontwikkeling en er worden, negen maanden na het van kracht worden van het besluit, nog steeds aanpassingen door VROM gedaan. Een aantal belangrijke praktijkproblemen resteren nog, zoals de problemen met het meldingsformulier en onduidelijke formuleringen in de tekst van het besluit. Zodra hierin verdere verbetering optreedt, kan het besluit zijn werk doen en een goed middel blijken om meldingen van bedrijven sneller in behandeling te nemen en af te werken.

Auteursinfo
Noortje Brouwers is werkzaam bij de Afdeling Vergunningen van het RMB, een samenwerkingsverband van 14 gemeenten in Noordoost- Brabant. Zij toetst bedrijvendossiers voor bij het RMB aangesloten gemeenten aan het Activiteitenbesluit en handelt meldingen af.
Contact: nbrouwers@rmb.nl.

Geplaatst:  06-10-08 00:01
Door:  Redactie Omgevingsvergunning.nl
Bron:  Inzonden artikel, Noortje Brouwers, RMB

Reageren?

 


copyright 2008 Forta milieu & multimedia, alle rechten voorbehouden - | disclaimer