Home
Wabo Water Gebruiksbesluit Activiteitenbesluit
 
Nieuws »  WETGEVING » Crisis- en herstelwet
 

Eerste uitspraak met toepassing relativiteitsvereiste Crisis- en herstelwet

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft onlangs uitspraak gedaan in een zaak waarin zij voor de eerste keer het zogenoemde relativiteitsvereiste uit de Crisis- en herstelwet heeft toegepast. In deze wet is bepaald dat de bestuursrechter een overheidsbesluit niet mag vernietigen vanwege strijd met een rechtsregel, als die rechtsregel 'kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van degene die zich daarop beroept'.


De uitspraak gaat over het bestemmingsplan 'Elzenbos' van de gemeente Brummen. Het plan maakt de aanleg mogelijk van een nieuwe woonwijk met ruim 700 woningen. Een aantal omwonenden was tegen het plan in beroep gekomen bij de Raad van State. Volgens hen zou er geen rekening zijn gehouden met de zogenoemde milieuzone rondom twee bedrijven die direct naast de geplande woonwijk liggen.

Geen verband

De Raad van State overweegt in de uitspraak dat de wetgever met het relativiteitsvereiste de eis heeft willen stellen dat er een verband moet bestaan tussen een beroepsgrond en de reden om bij de bestuursrechter in beroep te komen tegen een besluit. Dat verband bestaat niet als de belanghebbende zich op een rechtsregel beroept die onmiskenbaar niet is geschreven ter bescherming van zijn belang. In dat geval mag de bestuursrechter het besluit niet vernietigen, ondanks het feit dat het inroepen van die rechtsregel op zichzelf succesvol had kunnen zijn.
Het relativiteitsvereiste geldt op dit moment alleen in zaken waarop de Crisis- en herstelwet van toepassing is.

Tegen de uitspraak van de Raad van State is geen hoger beroep mogelijk.

Lees de uitspraak

Meer over de Crisis- en herstelwet

Tip:
Neem een gratis abonnement op de tweewekelijkse elektronische Nieuwsbrief


Geplaatst:  24-01-11 00:31
Door:  Redactie Omgevingsvergunning.nl
   

Reageren?

Door: Paul Baakman
Functie: Juridisch adviseur
Organisatie: Rechtspraktijk BAWA
Geplaatst: 24-01-11 19:12
Annotatie van Rechtspraktijk BAWA op http://www.raadvanstate.nl/uitspraken/zoeken_in_uitspraken/zoekresultaat/?verdict_id=51966


De vraag is of deze uitspraak de toets van het EVRM kan doorstaan? Ingevolge artikel 1.9 van de Chw dient de bestuursrechter een besluit niet te vernietigen op de grond dat het in strijd is met een geschreven of ongeschreven rechtsregel of een algemeen rechtsbeginsel, indien deze regel of dat beginsel kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van degene die zich daarop beroept.

Uit de memorie van toelichting op het wetsvoorstel van de Chw (Kamerstukken II 2009/10, 32 127, nr. 3, blz. 49) kan worden afgeleid dat de wetgever met dit artikel de eis heeft willen stellen dat er een verband moet bestaan tussen een beroepsgrond en de daadwerkelijke (of: achterliggende) reden om een besluit in rechte aan te vechten en dat de bestuursrechter een besluit niet moet vernietigen wegens schending van een rechtsregel die niet strekt tot bescherming van een belang waarin de eisende partij feitelijk dreigt te worden geschaad.

De bepaling ex art 1.9 Chw is dermate een beperking van de beroepsmogelijkheden vanwege causaliteits- of procesbelangproblemen welke een rechtsgang naar Straatsburg wegens schending van het EVRM rechtvaardigt. Ook al heeft de Raad van State Afd. Bestuursrechtspraak art. 1.9 Chw niet hoeven toe te passen in deze zaak neemt zulks niet weg dat de beperking die de Chw reeds oplegt daardoor een een justitiabele bij voorbaat beperkt in zijn verweer cq de verdediging van zijn rechtsbelangen. Zulks klemt i.c. des temeer nu de Chw in werking is getreden na vooraf verkregen advies van de Raad van State zelf.




 


copyright 2008 Forta milieu & multimedia, alle rechten voorbehouden - | disclaimer