Home
Wabo Water Gebruiksbesluit Activiteitenbesluit
 
Nieuws »  BOUWEN » Reclame
 

Reclame mag blijven hangen

De twee reclameborden van Ernst & Young in de Amsterdamse Vivaldistraat mogen blijven hangen. De Raad van State (RvS) verklaarde vorige week het hoger beroep van de Vereniging Vrienden van het Beatrixpark ongegrond. De RvS is het met de Amsterdamse rechtbank eens dat de reclame weinig overlast voor de omgeving veroorzaakt.


Het Amsterdamse college van burgemeester en wethouders verleende een bouwvergunning voor de reclame. De reclame bestaat uit LED-verlichting. Het ene reclamebord is ongeveer 3 meter breed en 2,5 meter hoog, de andere 12,5 meter breed en 1,3 meter hoog. De reclame hangt op de 23e verdieping.
De Vereniging Vrienden van het Beatrixpark wil de reclame weg hebben en ging al eerder bij de Amsterdamse rechtbank in beroep tegen de bouwvergunning. De rechtbank verklaarde het beroep in november 2009 echter ongegrond. De Vereniging besloot bij de Raad van State tegen de uitspraak in hoger beroep te gaan.

Ruimtelijke effecten

De vereniging voerde bij de RvS aan dat de Amsterdamse rechtbank onjuist oordeelde over het feit dat de ruimtelijke onderbouwing van het bouwplan toereikend was voor verlening van vrijstelling van het bestemmingsplan. In deze ruimtelijke onderbouwing werd volgens de Vereniging niet ingegaan op de ruimtelijke effecten van de reclame-uitingen op de omgeving.
Ook oordeelde de rechtbank volgens de Vereniging onjuist over het al dan niet van toepassing zijn van de door de deelraad Zuideramstel vastgestelde 'Welstandsnota Zuideramstel' voor reclame-uitingen op bouwwerken. Volgens de vereniging bestond voor het bouwplan namelijk geen gemeentelijk beleid.

Beperkte uitstraling

Volgens de RvS overwoog de rechtbank terecht dat aan de ruimtelijke onderbouwing van dit project minder zware eisen worden gesteld, omdat de inbreuk van dat project op het bestaande planologische regime gering is. Zo maakt de reclame-uiting op het bestaande gebouw volgens de RvS slechts een klein deel uit van de totale grootte van het gebouw. Daarom hoeven aan de ruimtelijke onderbouwing geen hoge eisen worden gesteld. Ook ligt het gebouw in een verlichte omgeving met meer hoge gebouwen en de rijksweg A10, waardoor de reclame slechts een beperkte ruimtelijke uitstraling heeft. In de ruimtelijke onderbouwing is verder uiteengezet dat niet gebleken is dat er belangen zijn die zich tegen het bouwplan verzetten. Het reclamebeleid van het stadsdeel Zuideramstel achtte de RvS niet van belang, omdat het college tot het besluit bevoegd was.

Welstand

De RvS vond verder dat de rechtbank terecht oordeelde dat het college de juiste beslissing nam dat de reclame niet in strijd was met met de redelijke eisen van welstand. De welstandscommissie gaf het college een positief advies en de vereniging overlegde geen bericht van een ander deskundig persoon of instantie ten betoge van het tegendeel. Ook was het advies van de Welstandcommissie volgens de rechtbank en de RvS voldoende onderbouwd. 
De enkele stelling van de vereniging dat de reclame-uitingen bestaan uit intermitterend licht was bleek voor de Rvs onvoldoende om tot een ander oordeel te komen. Zij verklaarde het hoger beroep ongegrond.


Meer info: Zaaknummer 201000068/1/H1



Geplaatst:  07-09-10 00:00
Door:  Redactie Omgevingsvergunning.nl
   

Reageren?

 


copyright 2008 Forta milieu & multimedia, alle rechten voorbehouden - | disclaimer