| Gast (. Gemeente) | 15-03-11 09:14 |
Goedemorgen,
Wij zijn op zoek naar het artikel in de Wabo dat art. 7:10 Wro vervangt. Hierin was geregeld dat het verboden is (een gedeelte) van een perceel te gebruiken in strijd met de bestemming. Zou iemand mij aan het equivalent in de Wabo kunnen helpen? Bij voorbaat dank. |
|
Reacties:
| |
Tineke Ipenburg (Deskundigenpanel Waboman PurpleBlue)
| 06-04-11 16:01 |
Het antwoord klopt met de toevoeging dat artikel 2.1 van de Wabo heeft de functie van artikel 7.10 van de Wro overgenomen voor zover het betreft GEBRUIK IN STRIJD MET PLANOLOGISCHE REGELINGEN WAARVAN AFWIJKING IS TOEGESTAAN. Strijdig gebruik met planologische regelingen waarvan AFWIJKING NIET IS TOEGESTAAN VALT NIET ONDER ART. 2.1, EERSTE LID, ONDER C WABO. Met het oog op dergelijk gebruik is in artikel 7.2 Wro (nieuw) een verbodsbepaling opgenomen. In dat verband wordt verwezen naar de toelichting bij dit artikel in onderdeel PP.
Artikel 7.2 Wro luidt als volgt:
Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken in strijd met:
a. een voorbereidingsbesluit of een verklaring als bedoeld in artikel 4.1, vijfde lid, of 4.3, vierde lid, voor zover hierbij toepassing is gegeven aan artikel 3.7, vierde lid, maar geen toepassing is gegeven aan de tweede volzin van dat lid;
b. regels die zijn gesteld krachtens deze wet voor zover de overtreding daarvan is aangemerkt als strafbaar feit en voor zover daarop artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht niet van toepassing is.
|
| |
Gast (. .)
| 16-03-11 07:44 |
| Bedankt. |
| |
M. (Toezichthouder gemeente Gemeente)
| 15-03-11 11:27 |
Geachte,
volgens mij is dat artikel 2.1 van de WABO.
Vindplaats: TK 2008-2009, 31953, nr. 3, Memorie van toelichting Invoeringswet Wabo
Het volgende tesktdeel vond ik terug in een transponeringstabel. Het handigste is even de tekst te kopieren en plakken in Word om het enigzins leesbaar te krijgen.
Uit de tranponeringstabel:
Zoals hierna in de toelichting op onderdeel QQ zal blijken (zie hieronder), komt artikel 7.10 van de Wro bij dit wetsvoorstel te vervallen, omdat, kort samengevat, artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo hiervoor in de plaats treedt. Voor een klein deel van hetgeen nu nog in artikel 7.10 is geregeld, geldt dit echter niet. Het gaat daarbij om gevallen waarin de betrokken planologische regeling regels stelt waarvan niet met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken. Dit betreft een klein aantal gevallen waarin gewerkt wordt met een absoluut verbod. Doorgaans zal in planologische besluiten en regelingen wel een afwijkingsmogelijkheid zijn opgenomen, te denken valt bijvoorbeeld aan de huidige binnenplanse ontheffingsmogelijkheden. Als er zo’n afwijkingsmogelijkheid bestaat, geschiedt deze afwijking voortaan door middel van een omgevingsvergunning. In dat geval verloopt de handhaving (indien zonder vereiste omgevingsvergunning in strijd met de planologische regelgeving wordt gehandeld) via artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo. In de gevallen waarin echter in een planologisch besluit of regeling een absoluut gebruiksverbod is opgenomen, biedt het nieuwe artikel 7.2 Wro hiertoe een regeling. Dat artikel voorziet in een verbodsbepaling voor het gebruik van gronden en bouwwerken in strijd met regels of besluiten waarvan niet met omgevingsvergunning kan worden afgeweken. Een voorbeeld daarvan is een absoluut verbod om het bestaande gebruik te wijzigen als bedoeld in artikel 3.7, vierde lid, van de Wro. Een dergelijk verbod kan in een voorbereidingsbesluit of bij een verklaring als bedoeld in de artikelen 4.1, vijfde lid, of 4.3, vierde lid, zijn opgenomen. De handhaving van een dergelijk verbod verloopt dus via de Wro. Wellicht ten overvloede wordt nog opgemerkt dat, evenals in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, in artikel 7.2 Wro onder gebruiken mede «laten gebruiken» wordt verstaan. Wat betreft het vervallen van artikel 7.10 wordt het volgende opgemerkt. Zoals in paragraaf 4.2 van het algemeen deel van de memorie van toelichting is toegelicht, biedt artikel 2.1 van de Wabo ook de grondslag voor de handhaving van ruimtelijke regelgeving uit onder meer het bestemmingsplan en de beheersverordening. Ingevolge artikel 2.1, eerste lid, onder c, is het verboden om zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren dat voorziet in een gebruik van gronden of bouwwerken in strijd met de geldende planologische regelgeving en die regelgeving afwijking toestaat. Dit laatste geschiedt onder de Wabo dus niet langer door verlening van een ontheffing of een projectbesluit, maar door verlening van een omgevingsvergunning. Deze omgevingsvergunning wordt verleend voor het realiseren van een gebruik van gronden of van bouwwerken dat strijdig is met de geldende planologische regelgeving (planologisch strijdig gebruik). Het gaat hier om planologisch gebruik «in ruime zin». Dat betreft niet alleen het feitelijk gebruik van gronden en reeds gerealiseerde bouwwerken (zijnde gebruik in enge zin), maar ook het aanleggen van werken, geen bouwwerken zijnde, en het bouwen en slopen van bouwwerken. Het betreft dus alle planologisch relevante activiteiten die strijdig zijn met de planologische regelgeving. De vergunningplicht op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo geldt uitsluitend als deze activiteiten een met planologische regelgeving strijdig gebruik opleveren. Zolang wordt voldaan aan de planologische regelgeving geldt de vergunningplicht niet. Indien een planologisch strijdig gebruik plaatsvindt zonder dat daarvoor omgevingsvergunning is verleend, wordt gehandeld in strijd met artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo en kan op grondslag daarvan handhavend worden opgetreden. Het voorgaande betekent dus dat voor elke verandering van gebruik (in ruime zin) die in strijd komt met de ingevolge een bestemmingsplan of beheersverordening op de grond of een bouwwerk rustende bestemming, ingevolge artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo voortaan een omgevingsvergunning nodig is. Indien voor een dergelijk planologisch strijdig gebruik geen omgevingsvergunning wordt gevraagd of een gevraagde vergunning niet wordt verleend, komt dit gebruik dus in strijd met artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo. Dat artikel kan vervolgens bestuursrechtelijk of strafrechtelijk via de Wet op de economische delicten worden gehandhaafd. Artikel 2.1 van de Wabo neemt daarmee de functie van artikel 7.10 van de Wro over voor zover het betreft gebruik in strijd met planologische regelingen waarvan afwijking is toegestaan. Laatstgenoemd artikel kan dan ook in zoverre komen te vervallen. Strijdig gebruik met planologische regelingen waarvan afwijking niet is toegestaan valt niet onder artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo. Met het oog op dergelijk gebruik is bij dit wetsvoorstel thans in artikel 7.2 (nieuw) een verbodsbepaling opgenomen. In dat verband wordt verwezen naar de toelichting bij dit artikel in onderdeel PP. Artikel 7.10 kan daarom ook in zoverre komen te vervallen.
|
|