| Marita Goosink (Medewerker milieu Gemeente Waalwijk) | 16-12-10 10:27 |
| In het MOR artikel 4.3 wordt aangegeven dat een bodemonderzoek een indieningvereiste is. Waaraan moet een dergelijk bodemonderzoek voldoen? Dienen alleen de locaties onderzocht te worden waar bodembedreigende activiteiten plaatsvinden of dient het gehele terrein te worden onderzocht? |
|
Reacties:
| |
Tineke Ipenburg (deskundigenpanel Waboman PurpleBlue)
| 22-12-10 13:08 |
Er staat in de tekst en toelichting over art. 4.3 Mor niet precies welk bodemonderzoek is vereist. Art. 4.3 Mor was eerst art. 5.5 Inrichtingen en vergunningenbesluit (zie transponeringstabel Stcrt 2010, 5152, 1 april 2010, p. 44). Hetzelfde regime t.a.v. bodemonderzoeken aanhouden als voor de Wabo lijkt mij praktisch. Hieronder staat wat dat zou kunnen inhouden:
Bij inrichtingen wordt een nulsituatie onderzoek gedaan om te bepalen wat bij de beginsituatie de situatie rondom bodemverontreiniging is. Dit wordt bijvoorbeeld gedaan bij de aanvraag om een omgevingsvergunning. Er is ook een nulsituatie onderzoek. Wanneer de bodembelastende activiteiten in de inrichting worden beëindigd, wordt weer een onderzoek gedaan om te kijken wat dan de bodemgesteldheid is. Het onderzoek voor de eindsituatie dient op dezelfde wijze uitgevoerd te worden als die voor de nulsituatie om de resultaten goed met elkaar te kunnen vergelijken.
Er zijn verschillende soorten bodemonderzoek. Voor de nulsituatie en eindsituatie is een vooronderzoek conform de NEN 5725 gevolgd door een verkennend bodemonderzoek NEN 5740 voldoende. Een technische bodemadviseur kan adviseren welke strategieën gevolgd worden bij de uitvoering van de bodemonderzoeken, op welk inspanningsniveau het vooronderzoek plaatsvindt, welke protocollen gevolgd moeten worden (bv NEN normen) en wat deze inhouden.
Een stappenplan zou kunnen zijn:
1. inventariseer of er al bodemonderzoek is gedaan? Zo ja, dan is wellicht alleen een actualisatieonderzoek nodig van het onderzoek dat al is gedaan. Het bevoegd gezag heeft dergelijke onderzoeken in haar archief.
2. indien er nog geen bodemonderzoek is uitgevoerd, is een vooronderzoek een goede optie. Hierin wordt gekeken naar de historie en geeft een goede indicatie of en in welke mate bodemverontreiniging aanwezig is.
3. wanneer daar uit komt dat er geen aanleiding is om meer onderzoek te doen, zou ik het daar bij laten. Anders zal meer onderzoek wellicht vereist zijn (bv nader bodemonderzoek conform NTA 5755). Als er mogelijk uit komt dat er wel een geval van ernstige verontreiniging is, dan moet je rekening houden met art.6.2c Wabo!
|
|