 |
Omgevingsrecht |
 |
|
|
|
|
| Omgevingsrecht » Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (WABO) » Hoofdstuk 2. DE OMGEVINGSVERGUNNING » § 2.5. Advies en verklaring van geen bedenkingen
|
|
| Artikel 2.26 |
|
1. Naar aanleiding van een aanvraag die betrekking heeft op een
activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, waarbij vanuit een
inrichting of mijnbouwwerk afvalwater of andere afvalstoffen in een
voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater worden
gebracht, stelt het bevoegd gezag het bestuursorgaan dat zorg draagt
voor het beheer van het zuiveringstechnisch werk of het oppervlaktewater
waarop het afvalwater vanuit die voorziening wordt gebracht, in de
gelegenheid advies uit te brengen.
2. Indien ten gevolge van de activiteit waarvoor vergunning wordt
gevraagd:
a. de doelmatige werking van het zuiveringstechnisch werk zou worden
belemmerd, of
b. de krachtens hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer gestelde
grenswaarden voor de kwaliteit van het oppervlaktewater zouden worden
overschreden,
kan het advies inhouden dat de daarin opgenomen voorschriften die
nodig zijn om die gevolgen te voorkomen, aan de vergunning moeten
worden verbonden. Indien die gevolgen niet kunnen worden voorkomen,
kan het advies inhouden dat de vergunning geheel of gedeeltelijk moet
worden geweigerd.
3. Het bevoegd gezag stelt de bij algemene maatregel van bestuur en, in
gevallen als bedoeld in artikel 2.2, de bij de betrokken verordening
aangewezen bestuursorganen of andere instanties in bij die maatregel,
onderscheidenlijk verordening aangewezen andere gevallen in de
gelegenheid hem advies uit te brengen over de aanvraag of het ontwerp
van de beschikking op de aanvraag om een omgevingsvergunning.
4. Het bevoegd gezag kan een als adviseur aangewezen bestuursorgaan
verzoeken om naar aanleiding van een aanvraag om een omgevingsvergunning
advies uit te brengen over:
a. de bij de beslissing op de aanvraag te betrekken gegevens,
b. aan de vergunning te verbinden voorschriften,
met betrekking tot activiteiten die zullen plaatsvinden binnen het
grondgebied van de rechtspersoon waartoe het betrokken bestuursorgaan
behoort en ten aanzien waarvan dat orgaan bijzondere deskundigheid
bezit.
|
Plaats uw vraag / opmerking bij dit artikel
|
| Artikel 2.27 |
|
1. In bij wet of algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën
gevallen wordt een omgevingsvergunning niet verleend dan nadat
een daarbij aangewezen bestuursorgaan heeft verklaard dat het daartegen
geen bedenkingen heeft. Bij een maatregel als bedoeld in de eerste volzin
worden slechts categorieën gevallen aangewezen waarin voor het
verrichten van de betrokken activiteit een afzonderlijke toestemming van
het aangewezen bestuursorgaan wenselijk is gezien de bijzondere
deskundigheid die dat orgaan ten aanzien van die activiteit bezit of de
verantwoordelijkheid die dat orgaan draagt voor het beleid dat betrekking
heeft op de betrokken categorie activiteiten.
2. In afwijking van artikel 10:32 van de Algemene wet bestuursrecht is
afdeling 10.2.1 van die wet, met uitzondering van artikel 10:28, niet van
toepassing met betrekking tot de verklaring.
3. De verklaring kan slechts worden gegeven of geweigerd in het belang
dat in de betrokken wet of algemene maatregel van bestuur is aangegeven.
4. Het bestuursorgaan dat de verklaring geeft, bepaalt daarbij dat aan de
omgevingsvergunning de daarbij aangegeven voorschriften die nodig zijn
met het oog op het belang, bedoeld in het derde lid, worden verbonden.
5. Het bevoegd gezag verbindt de in het vierde lid bedoelde
voorschriften aan de omgevingsvergunning.
6. De verklaring wordt vermeld in de beschikking op de aanvraag. Een
exemplaar ervan wordt bij ieder exemplaar van die beschikking gevoegd.
|
Plaats uw vraag / opmerking bij dit artikel
Door: Franc
Geplaatst: 26-05-10 09:06 |
Dan móet de omgevingsvergunning door het bevoegd gezag Wabo geweigerd worden (art. 2.20a Wabo). Eventueel kan voor onderdelen van de vergunningaanvraag die niet onlosmakelijk zijn verbonden met de betreffende activiteit waarop de Nbw betrekking op heeft en waarvoor geen weigerinsggronden aanzwezig zijn op verzoek van de aanvrager wel vergunning worden verleend (art. 2.21 Wabo).
|
|
Door: mr. B.J. Douwes
Functie: Juridisch adviseur Natura 2000/Natuurbeschermingswet Overijssel
Organisatie: Provincie Overijssel
Geplaatst: 23-02-10 14:46 |
Wat gebeurt er nu, als het bevoegd gezag op grond van de Natuurbeschermingswet weigert om een VVGB af te geven omdat de activiteit waarvoor de Omgevingsvergunning wordt gevraagd significant nadelige effecten zal hebben op een Natura 2000-gebied? Moet de Omgevingsvergunning gedeeltelijk worden geweigerd of gaat dat deel van de aanvraag dan over naar het bevoegd gezag Nbwet dat vervolgens een appellabel besluit tot weigering van het Nbwet-gedeelte van de Omgevingsvergunning neemt?
|
|
|
| Artikel 2.28 |
|
Indien met het oog op de beslissing op de aanvraag om een
omgevingsvergunning krachtens meer dan een wettelijk voorschrift een
verklaring van hetzelfde bestuursorgaan is vereist, beslist dat bestuursorgaan
daarover in één verklaring.
|
Plaats uw vraag / opmerking bij dit artikel
Door: Gerard Ankoné
Functie: beleidsmedewerker
Organisatie: Gemeente Wassenaar
Geplaatst: 26-07-10 14:37 |
Een vergelijkbare vraag heb ik voorgelegd aan de Wabo-helpdesk. Art. 2.27 eerste lid Wabo en art. 6.5 eerste lid Bor zien op gevallen waarin de aangevraagde omgevingsvergunning wordt verleend. Dit geeft inderdaad ruimte voor de letterlijke interpretatie dat een vvgb bij een weigering niet nodig zou zijn en het bevoegd gezag dan direct zou kunnen weigeren.
Dit schijnt niet de bedoeling van de wetgever te zijn geweest, zo is mij verteld, tenzij het een geval betreft dat behoort tot een categorie waarvoor de gemeenteraad, met toepassing van art. 6.5 derde lid Bor, heeft verklaard dat een vvgb niet vereist is.
|
|
Door: N.weijers
Functie: juridisch planologisch beleidsmedewerker ro
Organisatie: gemeente Ermelo
Geplaatst: 02-06-10 08:44 |
Kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning direct weigeren zonder vvgb van de gemeenteraad af te wachten, als zij niet mee wil werken aan een aanvraag (geen goede ruimtelijke onderbouwing in het geval van een planologsiche afwijking van het bestemmingsplan).
|
|
|
|